Samen werken aan meer taalkansen voor kinderen en gezinnen
Taal helpt kinderen om de wereld te ontdekken, zich te ontwikkelen en mee te doen. Praten, voorlezen, zingen en samen spelen zijn belangrijke manieren om taal te leren. Ouders spelen hierin een belangrijke rol. Maar niet voor ieder gezin is het vanzelfsprekend om thuis veel met taal bezig te zijn.
Soms zijn er weinig boeken in huis, is voorlezen niet vanzelfsprekend of vinden ouders het lastig om schoolinformatie te begrijpen. Dat zegt niets over hoe betrokken ouders bij hun kind zijn. Wel kunnen omstandigheden ervoor zorgen dat een kind minder kansen krijgt om met taal te oefenen. Juist daar kunnen professionals in de kinderopvang, het onderwijs en het sociaal domein iets betekenen. Door goed te kijken, aan te sluiten bij wat een gezin nodig heeft en taal op een positieve manier te stimuleren, kunnen zij kinderen én ouders versterken.
Een sterke taalbasis begint jong
Kinderen ontwikkelen taal door de interactie met de mensen om hen heen. Samen praten, voorlezen, zingen en spelen dragen bij aan woordenschat, taalbegrip en plezier in taal. Regelmatig voorlezen en praten over verhalen helpen kinderen bovendien om hun taal verder te ontwikkelen. Niet ieder kind ontwikkelt taal op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Bij kinderen spreken we daarom niet over laaggeletterdheid. Zij zijn nog volop bezig met het ontwikkelen van hun taal- en leesvaardigheid. Wel kunnen professionals signalen zien dat een kind extra ondersteuning of taalstimulering kan gebruiken, bijvoorbeeld:
- een beperkte of achterblijvende woordenschat;
- moeite om zich uit te drukken of een verhaal te vertellen;
- weinig ervaring met boeken, verhalen of taalspelletjes;
- moeite met het begrijpen van taal;
- weinig plezier of zelfvertrouwen bij taalactiviteiten.
Een enkel signaal zegt natuurlijk niet dat er iets aan de hand is. Het belangrijkste is om nieuwsgierig te blijven naar het kind en te kijken wat helpt om de taalontwikkeling te ondersteunen.
Ouders zijn belangrijke taalpartners
Ouders zijn de eerste en belangrijkste taalpartners van hun kind. Zij hoeven daarvoor geen taalexpert te zijn. Samen praten over de dag, een liedje zingen, een verhaaltje vertellen of plaatjes bekijken zijn allemaal waardevolle momenten om met taal bezig te zijn. Soms kan een klein steuntje in de rug helpen. Bijvoorbeeld door ouders te laten ervaren hoe leuk en eenvoudig voorlezen kan zijn, samen te kijken naar passende boeken of ideeën te geven voor taalactiviteiten die aansluiten bij het dagelijks leven.
Een positieve benadering staat daarbij voorop. Niet: wat gaat er thuis niet goed? Maar: wat gebeurt er al en wat zou kunnen helpen om daar meer uit te halen?
Ook bij ouders kunnen taal en digitale vaardigheden een rol spelen
Ouders krijgen veel informatie over de ontwikkeling van hun kind. Via school, kinderopvang, ouderapps, formulieren en websites. Voor sommige ouders is het lastig om deze informatie te lezen, te begrijpen of digitaal te verwerken.
Een ouder kan bijvoorbeeld:
- vragen of iemand een bericht wil voorlezen of uitleggen;
- aangeven informatie liever mondeling te krijgen;
- moeite hebben met een formulier of digitale communicatie;
- informatie over school of opvang laten liggen;
- onzeker zijn over het invullen van formulieren of online regelen van zaken.
Dit betekent niet automatisch dat iemand laaggeletterd is. Wel kan het een aanleiding zijn om te vragen wat iemand nodig heeft. In Nederland hebben ongeveer 3 miljoen volwassenen van 16 tot 75 jaar moeite met één of meerdere basisvaardigheden, zoals lezen, schrijven of rekenen. Ook digitale vaardigheden kunnen een rol spelen. Veel mensen hebben manieren gevonden om zich goed te redden en praten niet snel over wat zij lastig vinden. Schaamte kan daarbij een rol spelen. Daarom is het belangrijk om niet te snel conclusies te trekken, maar aan te sluiten bij de vraag of situatie die zich voordoet.
Maak taal bespreekbaar zonder oordeel
Een gesprek over taal begint met vertrouwen. Het gaat niet om wat iemand niet kan, maar om wat iemand wil kunnen doen voor zichzelf en zijn of haar kind.
Een uitnodigende vraag kan een gesprek makkelijker maken. Bijvoorbeeld:
“Veel ouders vinden de informatie van school of de opvang soms best veel. Zou je het fijn vinden als we er samen eens naar kijken?”
Of:
“Er zijn veel leuke manieren om thuis met taal bezig te zijn. Wat doen jullie graag samen?”
Zo ontstaat ruimte om te ontdekken wat een gezin al doet, waar behoefte aan is en welke ondersteuning kan helpen.
Kleine momenten maken verschil
Meer met taal doen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een paar minuten samen lezen, praten over een plaatje, een liedje zingen tijdens het aankleden of samen vertellen wat je onderweg ziet: het zijn allemaal momenten waarop kinderen nieuwe woorden horen en taal gebruiken. Ook voor ouders kan het fijn zijn om te merken dat taalstimulering niet draait om goed of fout, maar om samen bezig zijn. Plezier in taal is een belangrijke basis voor verdere ontwikkeling.
Samen maken we taal sterker
Binnen Ik lees, ik doe mee werken bibliotheken, kinderopvang, onderwijs en andere partners samen aan meer taalkansen voor jonge kinderen en hun ouders. Door vroeg te investeren in taalontwikkeling, leesplezier en ouderbetrokkenheid helpen we kinderen om zich te ontwikkelen en mee te doen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat moeilijk is, maar vooral naar wat wél kan en welke ondersteuning daarbij past. Soms begint dat met een boek. Soms met samen spelen, praten of zingen. En soms met een gesprek waarin een ouder merkt: ik hoef het niet alleen te doen.
Wil je als organisatie bijdragen aan meer taalkansen voor jonge kinderen en hun ouders? We denken graag met je mee. Neem contact op met de Bibliotheek in jouw buurt. Ik lees, ik doe mee wordt mede mogelijk gemaakt door de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.
Bronnen en meer informatie
Rijksoverheid - Aanpak basisvaardigheden volwassenen.
Stichting Lezen en Schrijven - Herken de signalen.
Stichting Lezen Lezen / BoekStart – Meer voorlezen, beter in taal.
Tel mee met Taal - Samen laaggeletterdheid bestrijden.